OVERLEVINGSSTIJLEN

EN

BEWUSTE ZELFREGULERING

IN DE THERAPEUTISCHE PRAKTIJK


LAURENCE HELLER, PH.D.
info@drlaurenceheller.com
www.drlaurenceheller.com

Vertaling Els Wieringa en Maud Berens

© 2011 Somatic Experiencing Nederland
Stichting voor Lichaamsgerichte Traumatherapie

Versie 1.1 - oktober 2011

 


 

INLEIDING IN HET NEUROAFFECTIEVE RELATIONELE MODEL (NARM)™

De laatste jaren is de rol van zelfregulering een belangrijk onderdeel van het psychologisch denken geworden. Het NeuroAffectieve Relationele Model™ (NARM) brengt het huidige begrip van zelfregulering in praktijk. Dit hulpbrongerichte, niet-regressieve model legt de nadruk op hulp aan cliënten in het opbouwen van verbinding met die delen van het Zelf die georganiseerd, coherent (samenhangend), en werkzaam zijn. Het helpt om die delen van het Zelf die slecht georganiseerd en dysfunctioneel zijn in het bewustzijn te brengen en deze te organiseren, zonder de geregredieerde en dysfunctionele elementen tot het primaire thema van de therapie te maken.

Basisprincipes
Het NeuroAffectieve Relationele Model™ richt zich op de fundamentele taken en de functionele eenheid van de biologische en psychologische ontwikkeling. Het NARM model:
• integreert zowel een kader gebaseerd op het zenuwstelsel als een relationeel kader;
• biedt op de ontwikkeling gebaseerde praktijkinterventies die gebruik maken van lichamelijke gewaarwording (mindfulness) en die zich richten op hulpbronnen om de zelfregulering in het zenuwstelsel te verankeren;
• werkt in de praktijk met de verbinding tussen psychologische thema's en het lichaam door de toegang mogelijk te maken tot het zelfregulerende vermogen van het lichaam en door herregulering van het zenuwstel te ondersteunen.

Vijf basisontwikkelingsthema’s
Er zijn 5 levensthema’s tijdens onze ontwikkeling en de daarbij horende basishulpbronnen die essentieel zijn voor onze zelfregulerende capaciteiten, en van invloed zijn op ons vermogen om aanwezig te zijn voor het Zelf en anderen in het hier en nu:
Verbinding. De mens voelt dat hij/zij [Opm. vertaler: In het vervolg laten we voor het gemak zij weg] in de wereld thuis hoort. Hij staat in verbinding met zijn lichaam en zijn emoties en is in staat tot een consistente verbinding met anderen.
Afstemming. Het vermogen van de mens om te weten wat hij nodig heeft en om de overvloed die het leven biedt te onderkennen, er naar uit te reiken en te aanvaarden.
Vertrouwen. De mens voelt een natuurlijk vertrouwen in zichzelf en anderen. Hij voelt zich veilig genoeg om onderlinge afhankelijkheid van anderen op een gezonde manier toe te laten.
Autonomie. De mens is in staat om nee te zeggen en grenzen te stellen naar anderen. Hij geeft zijn mening zonder schuldgevoel of angst.
Liefde en seksualiteit. Het hart van de mens staat open en hij is in staat om een liefdevolle relatie te verenigen met een vitale seksualiteit.

In de mate waarin aan deze vijf basisbehoeften is voldaan ervaart een mens welzijn en verbinding. Hij voelt zich veilig en ervaart vertrouwen in zijn omgeving. Hij voelt zich vloeiend en verbonden met zichzelf en anderen. Hij ervaart een gevoel van welzijn en expansie. Naar de mate waarin aan deze vijf basisbehoeften niet is voldaan ontwikkelen we overlevingsstijlen om te proberen het uit verbinding zijn en de ontregeling hanteerbaar te maken.

Een fundamentele verandering
Terwijl veel psychodynamische psychotherapie gericht is op het identificeren van pathologie en op problemen, is NARM een model voor therapie en groei dat de nadruk legt op het werken met zowel de sterke kanten als de symptomen. Het richt zich op hulpbronnen, zowel interne als externe, om de ontwikkeling te ondersteunen van een toenemend vermogen tot zelfregulering.

In de kern van wat een grote diversiteit aan fysieke en emotionele symptomen kan lijken, kunnen de meeste psychologische en een verrassend aantal fysiologische problemen teruggevoerd worden op een verstoring in een of meer van de vijf basisontwikkelingsthema’s die gerelateerd zijn aan de overlevingsstijlen.

Aanvankelijk zijn overlevingsstijlen een manier om zich aan te passen. Ze geven succes weer en niet pathologie. Maar omdat de hersenen het verleden gebruiken om de toekomst te voorspellen, blijven de overlevingspatronen vastzitten in ons zenuwstelsel en creëren ze een aanpassings- maar ook schijnidentiteit. Door het hardnekkige voortbestaan van de overlevingsstrategieën passend bij het verleden wordt de beleving van het heden vervormd en ontstaan symptomen. Deze overlevingspatronen leven langer dan dat ze nuttig zijn en creëren nu een voortdurend uit verbinding zijn met ons authentieke zelf en met anderen.

NARM richt zich minder op de reden waarom een persoon is zoals hij is en meer op hoe de overlevingsstijl de beleving van het huidige moment verstoort. Het kan de cliënt helpen om te begrijpen hoe patronen ontstonden maar dit begrip is vooral nuttig in zoverre deze patronen overlevingsstijlen zijn geworden die de beleving van het heden beïnvloeden.

Het metaproces
Elke therapeutische traditie heeft een impliciet metaproces. Het metaproces leert een cliënt aandacht te geven aan bepaalde elementen van zijn ervaringen en andere te negeren. Wanneer een therapie zich concentreert op tekorten, pijn en slecht functioneren wordt de cliënt er bedreven in zich te richten op tekorten, pijn en slecht functioneren. De nadruk leggen op moeilijkheden in het verleden is onvoldoende om de dysfunctie te verminderen en zelfregulering te bevorderen.

Het metaproces voor het NARM model is de bewuste gewaarwording van het Zelf in het huidige moment. De cliënt wordt uitgenodigd tot een fundamenteel onderzoeksproces:

“Wat zijn de patronen die mij verhinderen om aanwezig te zijn voor mezelf en anderen op dit moment en in mijn leven?”

We onderzoeken deze vraag op de volgende niveaus van ervaring: cognitief, emotioneel, lichaamsgevoel (felt sense), en fysiologisch. NARM onderzoekt de persoonlijke voorgeschiedenis voor zover de patronen uit het verleden interfereren met het aanwezig zijn en in contact zijn met het Zelf en anderen in het hier en nu. Het brengt een actief proces van onderzoek teweeg naar de relationele en overlevingsstijlen van de cliënt, waarbij gebouwd wordt op zijn sterke kanten (strengths) en de cliënt wordt geholpen zich ‘handelingsbekwaam’ te voelen (agency) in de moeilijkheden van dit moment van zijn leven.

Het NARM metaproces houdt zich bezig met twee aspecten van mindfulness:
• lichamelijk gewaarzijn (somatic mindfulness)
• bewust gewaarzijn (mindful awareness) van de basisprincipes van iemands overlevingsstijlen.

Wanneer iemand gebruik maakt van een tweevoudig (duaal) bewustzijn dat is verankerd in het huidige moment wordt hij zich bewust van de cognitieve, emotionele en fysiologische patronen afkomstig uit het verleden, zonder dat hij in de val loopt om het verleden belangrijker te maken dan het heden. Het werken met de NARM benadering versterkt in toenemende mate de verbinding met het Zelf in het huidige moment. Het volgen van het proces van verbinding/verlies van verbinding en van regulering/ontregeling in het huidige moment helpt een cliënt om zich te verbinden met zijn gevoel van handelingsbekwaamheid. Hij zal zich minder het slachtoffer voelen van zijn jeugd.

Het gebruik van technieken die gericht zijn op hulpbronnen en die werken met subtiele veranderingen in het zenuwstelsel verhoogt de effectiviteit aanzienlijk. Het werken met het zenuwstelsel is fundamenteel om de voorspellende neigingen van de hersenen te onderbreken. Het is de verbinding met ons lichaam en met andere mensen die de helende herregulering teweeg brengt. Het gebruik van technieken die de toegenomen verbinding met het Zelf en met anderen ondersteunen is het gereedschap om effectieve herregulering te ondersteunen.

Bottom-up en top-down
Er lopen voortdurend circuits van informatie in beide richtingen: van het lichaam naar de hersenen en van de hersenen naar het lichaam. Er zijn vergelijkbare circuits binnen de lagere en hogere structuren van de hersenen, d.w.z. tussen de hersenstam, het limbische systeem en de cortex.

NARM gebruikt zowel de top-down als de bottom-up benadering. De top-down benadering benadrukt het denken (de cognities) en emoties als het primaire punt van aandacht. De bottom-up benadering richt zich daarentegen op het lichaam, de felt sense en de instinctieve reacties, zoals ze geleid worden via de hersenstam naar de hogere niveaus van organisatie in de hersenen. Door zowel de bottom-up als top-down richting te gebruiken nemen de therapeutische mogelijkheden in grote mate toe.

Werken met de levenskracht
We hebben allemaal in ons de spontane beweging naar verbinding en gezondheid. Hoe teruggetrokken en afgezonderd we ook zijn geworden, of hoe erg het trauma ook was dat we hebben meegemaakt, er is op het diepste niveau in ieder van ons een impuls die ons aandrijft tot verbinding, zoals een plant zich spontaan beweegt naar de zon. Deze impuls vanuit het organisme is de brandstof van het NeuroAffective Relational Model ™.


 

Ik wil graag Dr. Aline LaPierre bedanken voor haar creativiteit, ondersteuning en hulp bij het maken van deze handleiding

 

Adaptive Survival Styles
and
Mindful Self-Regulation
in Clinical Practice

To Purchase CLICK HERE

 


Back to top

 

Dr. Heller can be reached by email at info@drlaurenceheller.com

Website Contact: Victor Osaka